MENU

Kunstschilders van de Oostkust

Tentoonstellingen

i.s.m. Gemeentebestuur Knokke-Heist
Honderden kunstschilders uit binnen- en buitenland hebben ooit Knokke ‘op doek gezet’. Rond 1880 kwamen de eersten naar de Belgische kust. Pas in 1890 kreeg de stoomtramlijn ‘Brugge-Westkappelle’, een aftakking richting Knokke en Heist. Onder de vele badgasten waren verschillende Franstalige schilders en schrijvers uit het Brusselse. Allen waren ze bekoord door de duinen en het omliggende Vlaamse polderlandschap. Het Knokse kunstenaarstrefpunt bij uitstek was het ‘Grand Café Prince Baudouin’ opgericht door Louis Vermeire in 1889. Wat de kunstenaars aansprak was het speciale heldere licht, het vele groen, de ongereptheid van de natuur en de schilderachtige Kerkstraat. In deze periode werd de Belgische schilderkunst sterk beïnvloed door het Franse impressionisme. Kunstenaarskringen ontstonden en keerden het traditionele classicisme en de romantiek de rug toe.
Ronde 1880 gingen ze individueel op streekverkenning. Onder hen Willy Schlobach, die in 1883 een van de mooiste werken van ‘Oud Knokke’ schilderde, De Zeeweg of latere Lippenslaan, een documentair doek. Voor de aanleg van een stenen zeedijk, toen er in Knokke van toerisme nog geen sprake was, kwam de Oostendse kunstschilder François Musin naar de Oostkust om er de legendarische vuurtoren uit 1872 te schilderen. De ene na de andere van de groep Les Vingt vond de weg naar Knokke, onder hen ook Theo Van Rysselberghe. De enige vrouw onder Les Vingt was Anna Boch, die tot WO I regelmatig in Knokke verbleef. Zo waren er nog vele andere kunstenaars die in de periode van het impressionisme de Knokse landschappen kwamen opzoeken.
Rond de eeuwwisseling ontwikkelde het toerisme zich in Knokke, er werd een zeedijk aangelegd en de huizen resen als paddenstoelen uit de grond. Vele schilders trokken weg naar Sint-Anna-ter-Muiden net over de grens en stichtten daar een echt schilders dorp. Ook na WO II bleef die aantrekkingskracht van Knokke bestaan. Tientallen kunstgaleries openden hun deuren voor het steeds toenemende publiek.


D. Lannoy