MENU

Die Litographien Strixners

Tentoonstellingen

i.s.m. Clemens-Sels-Museum
De lithografieën van Strixner naar schilderijen uit de verzameling Boisserée.
Tot op het eind van de 18de eeuw waren steden aan de Neder-Rijn nog nagenoeg intact middeleeuws van uitzicht gebeleven. Toen in 1794 de Franse Revolutionairen Keulen bereikten, was het lot van de middeleeuwse kerken en kloosters bezegeld. Lang voor de komst van de Fransen kwam de algemene desintresse voor de donkere middeleeuwen reeds tot uiting in de met kunstschatten volgestouwde zolders en andere bergruimtes. Met het beruchte decreet van 9j uni 1802 begon de niets ontziende ontmanteling, waarbij ruimt 40 kerken en een aantal grote kloosterkapellen werden gesloopt.
In 1804 kocht Sulpiz Boisserée een oud geschilderd paneel, een kruisdraging voorstellend, die anders zou werden vernield. Dit was de aanvang van wat ooit tot de grootste verzameling van middeleeuwse schilderkunst zou uitgroeien. De Boisserée’s waren afkomstig uit de streek van Luik. Sulpiz en zijn broer Melchior grepen elke gelegenheid om hun algemene vorming zo veelzijdig mogelijk uit te bouwen, zo hadden ze ook een grote interesse voor oude en eigentijdse kunst.
Met onverstoorbare ijver bekommerden zij zich om het redden van bedreigde kunstwerken, in vele gevallen door het verwerven ervan. Weldra werd de zo genoemde “Boisserée-galerie” een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, schrijvers, historici en dwepers. Ze wilden er ook een publieke zaak van maken. Daarbij werden zij geholpen door de toen opkomende lithografische techniek, ontdekt door Alois Senefelder. Johann Nepomuk Strixner (1782-1855), bekwaam kopergraveur, ontplooide zich snel als vakkundig lithograaf. In 1820 hadden zowel de gebroeders Boisserée als Strixner zich in Stuttgart gevestigd, en begon Strixner met de eerste proefdrukken. Dankzij de lithografische reeks werd de kostbare erfenis van de middeleeuwse paneelschilders voor een breed publiek toegankelijk gemaakt. Meesters van de Keulse School ontmoetten er schilders uit de Lage Landen. Niet in de laatste plaats is dit de beweegreden voor het Clemens-Sels-Museum van Neuss om een keuze uit de eigen Strixner-verzameling in Brugge te presenteren.